Twintig

Twintig. Toen ik tien was, vond ik mensen van twintig heel fascinerend. Ze konden en mochten auto rijden, mochten bier drinken en zo lang opblijven als ze zelf wilden. Hoefden geen spruitjes te eten en mochten ongestraft grapjes maken over vieze dingen.

Vandaag is het exact twintig jaar geleden dat mijn broertje overleed. Hij was vierentwintig en mocht bier drinken en zo lang opblijven als hij wilde. Spruitjes legde hij steevast aan de kant en grapjes maken deed hij overal over. Tot die dag in december.

De laatste tijd vraag ik me steeds af of hem zou herkennen, als ik hem zou tegenkomen. Als hij gewoon vierenveertig zou zijn nu, opgegroeid als ik. Zou hij al grijzig zijn geworden, net als ik? Kinderen hebben, net als ik? Lijnen in zijn gezicht hebben en soms op donderdagochtend stram wakker worden na het uurtje sporten, net als ik? Zou ik zijn loopje herkennen, dat typische Goossens-loopje dat ik herken bij mijn vader en mijn zoon en dat ik ook schijn te hebben? Zou ik hem herkennen, die volwassen man, als ik hem tegen het lijf zou lopen, of naast hem zou staan bij de kassa? Of zou ik hem voorbijlopen, zonder dat ik door zou hebben dat hij het was. Veranderd, ouder geworden? Ik weet het niet, maar hoop van niet.

Soms laat mijn zoon mij filmpjes zien van toen hij 10 was, die hij terugvindt op zijn telefoon. Hoog stemmetje, nauwelijks herkenbaar. Ik weet niet of ik van mijn broertje nog zijn stem zou herkennen. Toen hij net dood was, belde ik soms zijn telefoon: eerst als macht der gewoonte, omdat we elkaar wekelijks 3, 4 keer belden. Later om zijn voicemail te horen, een herinnering aan iemand wiens stem er nog wel is maar verder gewoon niet meer bestaat. Het stopte toen ik als ‘de erven Bastiaan Goossens’ bericht kreeg dat zijn telefoonrekening was opgeheven.

In die twintig jaar leef je door en staat die herinnering stil. Alles gaat door, het wordt weer januari en maart, er komt weer zon en een vaccin. Er zijn weer avonden op het terras en lange avonden met vrienden. Er komt alleen geen nieuw beeld. Geen man van 44 met een stoppelbaard, een neefje of nichtje of een auto. Geen telefoontje of geen herkenbaar loopje. Dat blijft bijna hangen in zwartwit, twintig jaar oud. Soms lijkt het gisteren.

Ik mis je, lief broertje. Ook na twintig jaar. Vanavond proost ik op jou en op het leven. Net als elk jaar.

3 antwoorden op “Twintig”

  1. Prachtig mooi geschreven Boudewijn. Ik heb mijn broertje bijna verloren na een auto ongeluk maar gelukkig heeft hij het wonder boven wonder overleefd. Ik denk dat als dat niet zo was geweest ik mij ook altijd had afgevraagd hoe hij zou zijn geworden in de toekomst. Je hebt het zo mooi geschreven dat je je zich helemaal kunt inleven in jouw verhaal. Ook als je het zelf niet hebt meegemaakt…

  2. Wat een prachtig verhaal.
    Zo mooi en waardevol om 20 jaar na dato je broer nog zo in leven te houden en nog zo van hem te houden.
    Als ik het zo lees, is het een bijzondere band geweest die jullie hadden.
    Must be love.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *