De frikadelpeuter

Een van de mooiste dingen aan voetbal en het aandoen van een stadion is de diversiteit aan mensen. Wordt hockey nog steeds gezien als een elitesport, bij het voetbal zie je alle geledingen van de maatschappij. Blank, zwart, rijk, arm, dik, dun: het zit in het stadion. Ik heb genoeg stadions en clubs bezocht om te weten dat het overal zo is. Mooi vind ik dat.

Bij mijn tweewekelijkse bezoek aan het gezelligheidstheater dat De Vliert heet, kom je ook van alles tegen. De lokale dikzak die anderhalve stoel inneemt (nooit een probleem, plaats genoeg), de vrijkaartjes voor het speciaal onderwijs, de man van stand met stropdas en kleinzoon in Ralph Lauren: het is er allemaal. Bij FC Den Bosch, op mijn tribune, zit met ruime voorsprong mijn lievelingssupporter: de frikadelpeuter. Ze komt al jaren (noodgedwongen) en zij is een beetje de jongen tegenover je in de trein met de wijnvlek in zijn gezicht: je wil het niet, maar je moet er naar kijken.

Ze moet een jaar of anderhalf zijn geweest toen ik haar voor het eerst zag. Dochter van een Suppoostenpaar kwam ze aan de hand van Mama het vak ingelopen. Klein olijk brilletje, verwonderde blik en duidelijk onder de indruk van de mensen, het geluid en de imposante kijk op het groene veld. Het zal een zondagmiddag zijn geweest. Ik moest glimlachen.

De weken erna kwam ze terug. Elke keer, maar het probleem was dat de FC niet alleen op zondagmiddag speelde. Eerste Divisie-voetbal betekent namelijk negentig minuten ballen op vrijdagavond, wat voor het Suppoostenpaar klaarblijkelijk geen enkel probleem vormde. Dochterlief kon makkelijk mee. Nou, ze kon mee, maar makkelijk? De eerste helft was nog wel vol te houden, maar daarna werd het lastig. Kinderen van die leeftijd gaan dan nogal eens moe worden, zo ook de peuter. Zakje chips was in het begin een goede zoethouder, maar dat is in een kwartiertje wel op. Mama Suppoost wist daar wel iets op: een frikadel. Zo gezegd zo gedaan: de peuter werd een frikadelpeuter. Bleek perfect te werken: een drietal frikadellen per helft is een geweldige manier om iemand rustig te houden. Wanneer je moe wordt, kun je het ook uitstekend als surrogaatduim gebruiken en ermee, half liggend op de schoot van de op dat moment pauze houdende Mama Suppoost, in slaap vallen. Papa Suppoost kwam zo af en toe de tribune opgelopen, stak zijn duim op want hij zag dat het goed was. Opgelost.

Het Suppoostenpaar is er nog elke week. Dat frikadellen een ideale manier is om groot te worden, bewijst de frikadellenpeuter die inmiddels wel een frikadellenkleuter is geworden. Wat wederom de stelling ontkracht dat teveel frituurvoedsel slecht voor je zou zijn.

Volgende week speelt FC Den Bosch weer. Heeft er iemand een peuter van onder de twee te leen? Ik zou namelijk dolgraag eens proberen of het bovenstaande ook werkt bij kroketten, mexicanos, lihanboutjes en sito-sticks.