Geboren vrienden

Het was zo’n roodwitblauwe basketbal, zo een die de Harlem Globetrotters ook hadden. Wel eentje voor buiten, met zo’n ribbelige structuur. We woonden in een drive-inwoning, dus we hadden drie verdiepingen thuis. Hij was iel van postuur en daarom kon hij niet zo hoog gooien als ik. Ik pakte de basketbal met twee handen vast, ging door mijn knieën en wierp de bal zo hoog als ik kon, voor mijn gevoel zeker tot boven de bovenste verdieping. Ik zette me schrap voor twee en zag de bal stilhangen in de lucht en omlaag komen. Hij had zijn ogen dicht en spande zijn schouders aan. Ik zag zijn gezicht in een grimas veranderen toen de bal bovenop zijn hoofd belandde. Ik lachte, ik lachte heel hard. Hij lachte ook, maar anders.

Hij deed altijd dit soort dingen. Ik was een brave kleuter, scholier, tiener. Hij niet, hij zocht altijd de grenzen op. Om het te kunnen voelen, maar ook om op te vallen op een andere manier dan altijd maar door die insulinepen en dat afgepaste dieet. Hij parkeerde ooit, net 14, de Lada van mijn opa tegen de schutting van de overbuurvrouw. Hij stond achterop de bagagedrager van zijn beste vriend terwijl die door de wijk fietste, overdreven zwaaiend naar iedereen, inclusief mijn moeder die dat niet zo leuk vond. Hij spijbelde, rookte, dronk en overtrad regels waar hij kon. Gewoon omdat het kon en omdat hij het wilde meemaken.

We waren in veel dingen echt tegenpolen. Ik voorbeeldkind, goede cijfers, luisterde naar mijn ouders en die ene keer dat ik uit de klas werd gestuurd, was het niet eens mijn schuld. Hij moest onbedaarlijk lachen toen ik het hem vertelde, of eigenlijk toen hij het via-via had gehoord. Ik vertelde het niet aan hem, want ik vond ook vooral dat ik voor hem moest zorgen, ook al hoefde dat helemaal niet. Hij liep altijd op of meestal voorbij het randje. Ik zie hem nog staan, ik denk 11 jaar oud, in een hoek van de kindercarnavalsdisco, volle bak aan het tongzoenen met een meisje. Hij ving mijn blik, grinnikte en ging door met waar hij mee bezig was, zijn grote broer vol verbazing en, ik geef eerlijk toe, gezond jaloers achterlatend.

Maar hij was ook genereus. Zijn hart stond open voor alles en iedereen, niks was hem teveel. Vriend van iedereen omdat hij ‘het wel regelde’ of eigenlijk omdat een van zijn vrienden het regelde maar hij ervoor had gezorgd dat het werd geregeld. Onze woonkamer zat na schooltijd altijd vol met vrienden van hem en vrienden van mij, die elkaar dan ook weer vonden of juist niet. Ondanks dat we heel verschillend waren, leken we ook wel op elkaar. We waren niet elkaars beste vrienden, maar wel elkaars oudste vrienden, elkaars geboren vrienden. We waren tot elkaar veroordeeld doordat we broers zijn maar juist dat maakte dat we gewoon elkaars vrienden waren en bleven. Hij was er voor mij, ik was er voor hem.

Soms wordt ook dit soort vriendschappen gebroken door dat wat alles fysiek breekt, vroeg of laat. Dan heb je ineens een vriend minder. Dan is dat telefoonnummer nutteloos, die verjaardag zonder taart, die stoel voor altijd leeg. Dat went nooit, al wen je er wel aan, ook als het al 17 jaar geleden is dat je elkaar sprak. Het is fucking veel te lang geleden man. Ik mis je.