Spring dan

Hij nam een diepe zucht en stapte omhoog, op de rand van de brug. Hij hoorde niets dan het suizen in zijn oren en voelde niets dan de leegte en de angst in zijn maag. Hij zuchtte nog een keer en deed zijn ogen dicht. Hij voelde zijn ogen vochtig worden en vroeg zich af of het door de wind kwam of toch iets anders.

Er werd vooral gelachen toen hij het opperde. Hij hoort het schampere lachje van zijn vader nog alsof het zojuist gebeurde. De smalende blik die hij daarbij kreeg, maakte het allemaal nog confronterender. Maar het ergst vond hij het hoongelach van Joost. Joost, de vriend die hij kende vanaf de kleuterschool, waar hij lief en leed mee had gedeeld. De peetoom van zijn dochter nota bene. Joost, de getuige op zijn eerste huwelijk, die na het ongeluk van Marleen als eerste op de stoep stond. Hij had het van iedereen verwacht, maar niet van Joost. Hij veegde de windtranen van zijn wang, opende zijn ogen en keek omlaag.

Hij vroeg zich opnieuw af of het aan hem lag. Dat hij het was die elke keer de verwachtingen hoog hield en er daarna steevast mee om zijn oren werd geslagen. ‘Jij altijd met je grote mond.!’, zei Kim vorige week nog. ‘Dat durf jij toch niet’ was zo ongeveer de meest gehoorde reactie, iedere keer dat hij er weer over begon. Soms met een paar biertjes op maar de laatste paar keer ook zonder het moedverhogende drankje. En nu, nu stond hij er.

Of het een opwelling was, wist hij niet. Maar hij stond er wel. Dit is het dan, hoorde hij zichzelf mompelen maar hij wist niet of hij het hardop had gezegd of dat het alleen in zijn hoofd had geklonken. Hij deed zijn ogen dicht maar wist ook dat hij ze open moest houden. ‘Je hebt het zelf gewild, zelf gezegd jongen. Nu moet je het doen.’ En met zijn ogen open zette hij zich af en sprong hij. Hij die altijd een grote mond had maar nooit iets deed. Hij sprong. Hij zag zijn leven niet voorbij razen, hij voelde alleen de druk in zijn maag en de rillingen op zijn armen. Adrenaline. En hij voelde zich opgelucht. Hij had het gedaan. En toen het touw om zijn voeten ging veren, voelde hij weer tranen. Van geluk, van de overwinning op zichzelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *