Over Lego en het geknakte leven

Op tafel staat een grote doos vol Lego. Ik ben niet zo van de getallen maar als ik het zou moeten schatten een kilo of 15. Er zit van alles in: kleine gele blokjes, grote groene wegenplaten, flarden technisch Lego, delen van een ridderkasteel. Het is een vergaarbak vol herinneringen uit mijn jeugd, toen ik nog geen 10 jaar was.

“Neem maar mee naar huis jongen, het is van jou”, zei mijn moeder ruim een jaar geleden toen ik daar eens was. Dat ik er maar mee moest doen wat ik wilde, misschien iets voor de kinderen? Nee dus. Wel leuk maar ze keken er niet naar om, dus stond het op de zolder, netjes in goedverpakte oude dozen uit 1977, luchtdichte huzarensaladebakken uit 1981 en meestal voorzien van instructieboekjes, waar in krullerige letters Boudewijn of Bastiaan opstond.

Afgelopen oktober verhuisde mijn zoon van 10 naar de zolder: een eigen ruime zolderkamer, helemaal voor hem alleen. Hij vond het niet meer spannend maar stoer. Op zolder stonden nog die Lego-dozen. Die moesten weg en aangezien hij er niet mee speelde, moesten ze maar echt weg, verkocht weg. Het was dinsdagavond en ik zeulde de hele zooi naar beneden. Op tafel stond het en het was zóveel dat het me duizelde. Ik meldde me aan op een Facebook-pagina waar verstokte Lego-fanaten op zoek waren naar specifieke Lego-spullen en begon daarna uit te zoeken. Instructieboekje erbij en langzaam ontstond van een kleine berg steentjes een trein, space carrier of ridderkasteel. Het kenmerkende gerammel in de dozen op zoek naar een geel viertje, zwart draaischijfje, lans of doorzichtig rood eentje werkte op een bepaalde manier hypnotiserend en ik bevond me een avond of vier, in mijn eentje, rammelend en bouwend, weer op de grote zolder van mijn ouderlijk huis. Daar stond een trein en zelf opgebouwd dorp van zeker 8 meter. Daar bracht ik ochtenden, middagen en avonden door met mijn twee jaar jongere broertje. Daar bouwden we de wereld, onze verbeelding, onze jeugd, onszelf. Daar braken we nagels, onze hoofden over ingewikkelde treinwisselconstructies. Daar groeiden we op, samen, gelijkgestemden, ongeveer net zo oud maar toch heel verschillend. Lego was mijn jeugd, Lego bracht me nu weer oude herinneringen, gedachten en warmte.

Maar ineens was het klaar. Het kasteel stond, vol kloeke ridders en opgebouwde paarden die nog niet kant-en-klaar waren en ik was er best weer trots op. Maar tussen wat verdwaalde steentjes, in die doos uit 1978 die al 30 jaar niet open was geweest, lag een klein haartje, niet groter dan een wimper. Ik vond ineens dat gerammel en hypnotiserende gevoel gewoon kut. Een wimpertje zo oud kon ook van hem zijn geweest. Ik heb het rotkasteel afgebroken, in de doos gepropt en op die Facebook-site gezet. Boos, teleurgesteld, leeg.

Vandaag 16 jaar geleden overleed mijn Lego-maatje, het gedeelde stukje zoldergeschiedenis ging die dag ook voor de helft weg. Zestien jaar is bijna een generatie, maar deze weken en speciaal vandaag denk ik extra aan hem en aan zijn veel te vroeg geknakte leven. Vanavond drink ik een klein drankje op het leven, dat voor hem veel te kort duurde maar te mooi is om niet te vieren. Op jou broeder, op jou.

3 gedachten over “Over Lego en het geknakte leven”

  1. Wat een mooie schrijver ben je…..

    En wat een verdriet… Ik heb t met een brok in mn keel en vechtend tegen de tranen gelezen.
    Ik verloor mijn broer 4 jaar geleden en hoop iedere dag dat de pijn van verlies minder word….maar nu ik jouw verhaal heb gelezen, vrees ik van niet….
    Ik wens je een heel mooi leven, ondanks je verdriet van het verlies. X

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *