Bastiaan

De naam die je bij je geboorte krijgt, moet haast wel een rol spelen in hoe je opgroeit en hoe de rest van je leven eruitziet. Toen ik klein was, vond ik mijn naam echt niet leuk. Het was een aparte naam, de meeste kinderen heetten Thomas of Laurens of Bart. Toen mijn moeder in het ziekenhuis lag in afwachting van mijn geboorte, had ze met mijn vader een discussie: ze wilden mij óf Martijn óf Jeroen noemen. Mijn vader had een voorkeur voor Jeroen, want hij Is Bosschenaar van geboorte en hij vond de link naar Jeroen Bosch mooi. Over de meisjesnamen waren ze het ook niet eens, en mijn ouders hadden een soort van afspraak dat mijn vader de meisjesnaam mocht kiezen en mijn moeder de jongensnaam. De dag voor mijn geboorte werden er – zo is mij verteld – op de kraamafdeling een Jeroen én een Martijn geboren. Plan B van Boudewijn trad in werking en in plaats van een doorsnee naam met nul lading kreeg ik ineens een aparte naam met hockey-gevoelens. Als kind vond ik het niets, nu ben ik er juist wel trots op.

Een paar weken geleden zat ik op het terras van een tennisclub toen ik ineens werd aangesproken door een vaag bekend gezicht. “Ben jij niet de broer van Bastiaan?” Ik knikte ja en we raakten in gesprek, maar het overviel me en raakte me ook. Bastiaan. De naam van mijn twee jaar jongere broertje die nu 21 jaar geleden plotseling overleed. Zijn naam hoor je ook niet zo vaak en elke keer als ik em hoor, komt er een raar gevoel in me los. Het is een soort mix van fijn en ongemakkelijk. Het gezegde dat iemand pas dood is als niemand meer aan hem denkt, is natuurlijk wel waar en als ik iemand zijn naam hoor noemen, landt die naam altijd op een hypergevoelig plekje. Bastiaan. Later veelvuldig afgekort naar Bas of Basti of Bassie of zo. Het blijft een raar gevoel, zelfs nu ik het zo opschrijf.

“Hoe is jouw naam ook alweer?”, vroeg het vaag bekende gezicht dat een oud-klasgenoot van Bastiaan bleek te zijn. Een knikje van herkenning na het noemen van mijn naam, een groet en weg was hij, mij achterlatend met dat rake gevoel. Het was ergens ook wel mooi, dat hij mijn naam niet meer wist en die van mijn broertje wel.

Veel vrienden die ik nu nog heb, hebben Bastiaan gekend. Met zijn altijd aanwezige suikerziekte, maar vooral met zijn rare fratsen en zijn immens grote hart. Dat is fijn: zij noemen zijn naam ook af en toe, gevolgd door dat gekke gevoel dat het bij mij oproept. Mijn kinderen kennen hem niet, maar ook zij noemen zijn naam toch, af en toe. Het houdt hem levend of in ieder geval aanwezig. Ook na 21 jaar, nog steeds.

Ik mis je nog elke dag, klein broertje van me. Ik proost vanavond op jou, Bastiaan.

Eén antwoord op “Bastiaan”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *