Angst voor de Tuinbroek

deur
Ik zeg het maar eerlijk: ik vind mezelf een schappelijke man. Ik zeg bewust man en niet mens, want dan komt de strekking van dit verhaal beter over. Ik ben 100% voor gelijkheid der sexen als het gaat om kansen op de arbeidsmarkt, opvoeding van de kinderen, verdeling van de huishoudelijke taken en het klussen in en om het huis.
Ik vind ook dat vrouwen in veel dingen – nee, niet alleen strijken en het sanitair poetsen – beter zijn dan mannen, net als dat ik vind dat mannen beter zijn in andere dingen. Volgens mij wel een beetje een van de redenen dat mannen en vrouwen in de hedendaagse samenleving prettig samenwonen.

Ik ben ook wel een traditioneel geval, moet ik toegeven. Niet in de ‘jouw recht is het aanrecht’-zin van het woord, maar in de dagelijkse etiquette. Ik ben wel van het deuren openhouden, afhankelijk van de situatie de vrouw voorlaten danwel -gaan en het aanschuiven van stoel of ontkurken van de fles. Niet omdat ik dat moet, maar omdat ik vind dat dat hoort. Ik kan het ook slecht hebben als een vrouw in een groep mannen in de kroeg meelapt in de pot. Ik weet het, het slaat wellicht nergens op maar dat knaagt altijd een beetje. Maar dat is eigenlijk geen punt.

Maar dan. Dan komt daar ineens de tuinbroek. De vrijgevochten doorgeslagen vrouw die meent dat vrouwen sowieso in alles beter zijn dan dat inferieure manvolk met de pijngrens van een 2-jarige. Niets ontziend en gezegend met een gezonde portie ‘Mind your own fucking business’ wordt onomwonden duidelijk gemaakt dat ze zelf de deur wel kan opendoen. Geschrokken deins ik terug, waardoor ik per ongeluk op de voet in teenslipper (‘pumps? Gadverdamme, vrouwonterend stuk leder!’) stap van een andere Tuinbroek. Foute boel. Tuinbroek 1 geeft me een knalharde kopstoot (op zich knap, opspringen naar 1m 93 en dan nog met de kracht van de goal van Gullit in ‘88 doorswingen) waardoor mijn neus besluit te gaan bloeden. ‘Bloed maar eens goed ja, voel maar eens wat wij elke maand moeten doorstaan, watje!’ wordt me toegesnauwd. Terwijl ik opkrabbel, gaat Tuinbroek 2 nog even op mijn hand staan. Expres. Gelukkig draagt ze geen pumps. In mijn ontreddering wint mijn goede inborst het van mijn woede en haal ik het in mijn hoofd dat het misschien aan mij ligt, dus bied ik de beide Tuinbroeken een drankje aan, als verontschuldiging voor mijn wellicht wat vrijpostige gedrag. Nog voordat ik de zin heb uitgesproken, hoor ik iets met ‘dat is de druppel!’ en trapt Tuinbroek 3 (die verdenkt stond opgesteld, achter me voor een verrassingsoffensief) me vanachter in het kruis. Die klap kom ik niet meer te boven en murw geslagen en onder hoongelach van de Tuinbroeken strompel ik naar buiten.

Gelukkig houdt de uitsmijter de deur voor me open.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *